De status als hoofdstad en de centrale
plaats in het Europese bestel
(Secretariaat van het Europese parlement,
Gerechtshof, Europese bank,
etc.) veronderstelt op zijn minst een
internationale en ultramoderne
metropool met glazen wolkenkrabbers.
Maar de stad is verre van dat.
Luxemburg verrast de bezoeker door
de zeer humane afmetingen en tegelijkertijd
de allures van een grote
stad. Weggedoken tussen de groene
valleien van Petrusse en Alzette met
talrijke bruggen, lijkt deze
vestingstad te twijfelen tussen stad
en platteland.
Eenmaal in Luxemburg aangekomen, wordt het direct duidelijk
hoe deze stad aan de bijnaam "Gibraltar van het Noorden"
komt. Hoog bovenop de scherp gekartelde zandsteenrotsen
richt Luxemburg zich op als een van de meest versterkte vestingsteden
van de wereld.
Deze vestingwerken zijn een
erfenis van diverse bezettingen
(Bourgondisch, Oostenrijks, Frans,
Duits, Spaans, etc) die de geschiedenis
markeerden. De vestingwerken
zijn georganiseerd in 3 cirkels,
elk met kastelen en bastions uit
rots gehouwen, en vooral met een
vernuftig netwerk van ondergrondse
gangen van 23 km lengte
en meer dan 40.000m2 schuilplaatsen
om duizenden mensen te beschermen
tegen bomaanvallen. Het
geheel had in de 19e eeuw een
omvang van maar liefst 180 hectare.
Het grootste deel werd ontmanteld
als gevolg van het verdrag
van Londen in 1867 waarbij de neutraliteit van het land werd
uitgesproken. Slechts 10% bleef zichtbaar, genoeg om een idee
te krijgen van Luxemburg als vestingstad. De overblijfselen van
de vestingmuren zijn ingeschreven op de lijst van wereld cultureel
erfgoed van UNESCO in 1994.
We beginnen onze wandeling op het Place d’Armes (1).
Dit vierkante,
schaduwrijke plein vormt het hart van de stad.Vanaf de
eerste lentedagen wordt het overspoeld door terrassen van
cafe’s waardoor het een heerlijke en door Luxemburgers zeer
gewaardeerde ontspanningsplek is in de stad. Ze noemen de
plek dan ook de huiskamer van de stad. Het plein wordt omgeven
door voetgangerszones met talrijke winkels.Wanneer we de
rue du Curé in slaan komen we tegenover het Palais Grand
Ducal uit (2), een paleis in de Renaissance stijl uit de 16e eeuw.
Sinds 1895 vindt hier een groot deel van de officiële activiteiten
plaats.
We vervolgen onze route via de rue de la Reine tot aan place
Guillaume II (3), genoemd naar Willem II, koning van Nederland en
groothertog van Luxemburg (1840-849). Deze koning verleende aan
Luxemburg de eerste constitutionele parlement. We gaan
verder via de rue de Chimay om aan te
komen op het place de la Consitutio (4).
Dit plein is gebouwd op de resten van het
oude bastion van Beck, genoemd naar een
gouverneur van Luxemburg. Het bolwerk is
gebouwd door de Spanjaarden in de 17e
eeuw , maar het was Vauban die zorgde
voor de actuele hoogte.Vanaf het bolwerk
heeft u een prachtig uitzicht over de ravijn
van Petrusse en de brug Adolphe II. Deze
laatste is gebouwd uit steen in de periode
1900-1903; het is de grootste bogenbrug
die ooit werd vervaardigd.
Boulevard Roosevelt brengt ons naar het
plateau St Esprit (5). Vanaf de hoogte van
het citadel, gebouwd door Vauban, hebben
we een mooi uitzicht over de valleien
van Alzette en Pétrusse.We dalen vervolgens af naar het
pad van de “Corniche” (6), het mooiste balkon van Europa, zoals
de Luxemburgse schrijver Batty Weber ooit schreef.
Deze
wandeling, met aan weerzijden elegante façades van herenhuizen
die de lager gelegen stad Grund overschaduwen, leidt over de
restanten vestingmuur die ooit door de Spanjaarden en Fransen
werden aangelegd, langs de Alzette tot aan de rots van Bock(7) .
Deze rots werd destijds met de stad verbonden door een
ophaalbrug, tegenwoordig vervangen door de brug van het kasteel
welke de bakermat is van de stad Luxemburg. Hier werden
het eerste kasteel en de eerste vestingwerken gebouwd waarop
vervolgens de stad verrees. Achtereenvolgende bezettingen en
invasies lieten hun sporen achter; nog zichtbaar is de toren, «
Dent Creuse » genaamd.Vanaf de ruïnes heeft u een mooi uitzicht
over het plateau van Rham, de gebouwen van Europese
instellingen, het plateau van Kirchberg (8) en over de steden
Grund (9), Clausen (10) en Pfaffenthal (11).
Om de duizendjarige verjaardag van Luxemburg te vieren met de bouw van een monument,
werden funderingswerkzaamheden verricht. Deze in 1963
bij de duizendjarige ruïne verrichte opgravingen en het vervolg
daarop in 1993, brachten meerdere delen van het oorspronkelijke
kasteel naar boven. Het oorspronkelijke project werd daarom
aangepast, zodat de ruïnes van het kasteel tegenwoordig
beschouwd worden als hèt monument.
De vestingmuren van de Bock zijn voor een groot deel zijn verdwenen.
Dit is niet het geval met de Kazematten. Dit uitgestrekte
ondergrondse defensie netwerk werd gegraven door de
Oostenrijkers in 1745. Het deel dat tegenwoordig bezocht kan
worden is slechts een klein onderdeel van de 23 km lange ondergrondse
galerijen die onder Luxemburg door lopen.Toch geven ze
een aardig beeld van het labyrint van klei. De archeologische crypte
herbergt overblijfselen en een audiovisuele montage van de
geschiedenis van de plek
Eenmaal terug aan de oppervlakte, vervolgen we ons bezoek door
het plein met de vismarkt (12), te doorkruizen richting Grund, via
rue Large en rue Saint-Ulric. Zo komen we in de vallei van
Petrusse, die de oudstad scheidt van het plateau Bourbon en die
als natuurlijke verdediging gold voor het Luxemburgse fort. Op
een aantal plaatsen vindt men langs de rivier nog overblijfselen
van de oude sluismuur van Bourbon, die gebruikt kon worden
voor het onder water laten lopen van de vallei in geval van vijandige
aanvallen.Tegenwoordig is de vallei van Petrusse een prettige
groene wandelstreek, waarbij je zou vergeten dat je nog binnen
de stadsmuren bent. Omhoogkijkend zien we het Viaduct (13), en
de brug Pont Adolphe (14), vanuit een geheel ander hoek.
We gaan onder de Pont Adolphe door naar de oudstad en komen
zo terug op ons vertrekpunt op de Place d’Armes, waar de
caféterrassen op ons wachten voor een versnapering na een lange
wandeling…